vrijdag 5 april 2013

Wat is waar? En wat is de macht van journalisten?

Na het verhaal van ‘Bananas bij tegenlicht’ gezien te hebben, heb ik na zitten denken over alles wat in de media staat. Wat is dan wel waar? En wat is de macht van journalisten?

In de les spraken wij met een journalist die mooie voorbeelden gaf. Op de vraag: Kun je als journalist altijd objectief blijven, antwoordde hij: ‘niet altijd, maar het is wel je streven’. Volgens deze journalist is het probleem dat mensen ook in onwaarheden geloven. Geloof het of niet, maar er lijkt nog steeds een groep mensen te zijn die geloven dat de wereld plat is. Natuurlijk is dat niet zo. Er is allang bewezen dat de wereld rond is, sterker nog, we hebben het ‘bijna’ allemaal wel eens op tv gezien. Dus in dit artikel ga je de meningen niet tegen elkaar afwegen, omdat je dan een onzinverhaal aan het vertellen bent.

Op de site van de carrièretijgers wordt besproken hoe je informatie opzoekt. Daar wordt als belangrijk aspect genoemd dat het belangrijk is gebruik te maken van verschillende bronnen, om op die manier de echtheid/waarheid van een bron te kunnen achterhalen.

 
Moeten journalisten ook de afweging maken: wat is waar?
Waarom vind ik het belangrijk om te weten dat het waar is wat er in de media geschreven wordt?  Mijn mening is dat ik er op moet kunnen vertrouwen dat wat mij gezegd wordt, of  wat ik lees, waar moet zijn. Zo wil ik tot op zekere hoogte meerdere kanten van een onderwerp horen of lezen en daarbij de macht bij de media wegtrekken. Journalisten schrijven columns, twitteren etc. Dat betekent dat zij op veel verschillende manieren mensen kunnen bereiken. Dit kan positief zijn, maar ook niet. Neem bijvoorbeeld het uit de hand gelopen verjaardagsfeestje in Drenthe. Een meisje wilde haar verjaardag vieren, maar nodigde per ongeluk duizenden mensen uit. Veel mensen gaven aan te komen, nadat er in de media aandacht aan werd besteed kwamen er nog veel meer. Het ‘ongelukje’ van dit jarige meisje was groot nieuws. Wat ik mij dan afvraag: Is het verloop van het feest een gevolg van de wijze waarop er door de media aandacht aan werd besteed?  Heeft de media zijn macht hier gebruikt en op welke manier? Er ontstond namelijk wel iets om over te schrijven. In een artikel voor de volkskrant schrijft Kustaw Bessems: ‘… in de media wereld nog maar een klein visje[ …] Maar zelfs ik heb onvoorstelbaar meer invloed dan de gemiddelde burger’.



Wil je als school, kinderen in aanraking brengen met media, kijk even op deze site: http://www.defrisseblik.nl/home/2. Dit educatieve project brengt kinderen op de hoogte van de manier waarop er met diverse media wordt omgegaan, maar ook over wat er wel en niet waar is.

vrijdag 22 maart 2013

Mensen met schuldgevoelens hebben plichtsbesef


Naar mijn idée heb ik sterke schuldgevoelens. Ook al kan ik eigenlijk niet meer en val ik bijna om van de slaap, heb ik iemand iets beloofd: dan doe ik dat. Doe ik dat niet, of vergeet ik het, dan voel ik mij al gauw schuldig. Zelfs al heb ik nog zo’n goede reden waarom ik iets niet kan of waarom het niet gelukt is, kan ik mij schuldig voelen. Het gevoel schuld zit in het geweten. Je geweten geeft aan of iets goed op fout is. Een afspraak niet nakomen is fout, dus speelt het in op je geweten. Je gevoel gaat een grote rol spelen.

Schuldgevoel lijkt in de eerste instantie niet positief, toch blijkt het tegenovergestelde waar. Heb je een schuldgevoel, omdat je een vriendin niet opgebeld hebt? Geen probleem, wel vervelend, maar het is op te lossen. Door het schuldgevoel, zal je de volgende keer zeker niet vergeten te bellen.

Natuurlijk heb je ook schuldgevoelens die het nuttige voorbij gaan. Die niet reëel zijn, zo noem ik bijvoorbeeld het opsturen van een foto, het is niet dat iemand diezelfde de foto nog nodig heeft. Dus geen enkele reden om jezelf schuldig te voelen.

Ook blijkt dat veel schuldgevoelens voorkomen uit idealen. Voel jij je schuldig, omdat je naar de McDonald’s geweest bent? Dan heeft dit vaak te maken met het schoonheidsideaal. Kijk bewust naar wat je denkt en ga na of dit reëel is, wordt je dik van één keer McDonald’s? Nee, is het antwoord. Dat betekent dat je jezelf er ook niet schuldig over hoeft te voelen. Je kunt beter genieten van die ene keer.

Vrouwen hebben een vaak meer last van schuldgevoelens. Zo voelen lijnende vrouwen zich veel schuldiger na het eten van een gebakje, dan lijnende mannen. ‘Volgens psychologen komt dit omdat vrouwen van nature communicatiever en socialer ingesteld zijn dan mannen. Vrouwen maken meer deel uit van sociale netwerken (hebben bijvoorbeeld meer vriendinnen dan mannen vrienden hebben). Daarnaast praten vrouwen meer dan mannen over wat hen bezighoudt, over hun gevoelens. Al bij al staan vrouwen opener voor de mening en gevoelens van anderen, met als gevolg dat ze zich meer aantrekken van wat anderen van hen vinden en van 'wat hoort'. Mannen hebben daar minder last van’ aldus Pieternel Dijkstra(2001).

Om even terug te komen op mijn schuldgevoelend, dit is wat Pieternel Dijkstra (2001) er over schrijft: ‘Mensen die last hebben van schuldgevoelens getuigen van doorzettingsvermogen, plichtsbesef en laten zien dat ze over een geweten beschikken’.

Hoe denk jij over jouw eigen schuldgevoelens, waar voel jij schuldig over? Ga eens na of dit een terecht schuldgevoel is?

Wil je meer over dit onderwerp lezen?

zondag 17 maart 2013

Over het maken van keuzes


Om een korte verklaring te geven voor de keuze van deze titel geef ik hieronder een voorbeeld. Dit voorbeeld speelt zich af in een uur.

Mijn wekker gaat, direct moeten er keuzes gemaakt worden: Gelijk opstaan, snooze of uitzetten en toch even blijven liggen. Vervolgens sta ik ongeveer een kwartier voor mijn kledingkast te draaien, wat zal ik aantrekken? Ik heb namelijk de keuze uit: 5 rokjes, 25 broeken, 10 leggings en 8 jurkjes. Dan ben ik er nog niet, 13 vestjes, 20 hemdjes, 10 korte mouwen T-shirts, 15 lange mouwen T-shirts, 7 jasjes en een poncho. Daarbij komt ook nog dat ik moet bepalen welke van mijn 25 paar schoenen ik aantrek. Nadat ik een kledingkeuze heb gemaakt ga ik naar de badkamer. Ook daar moet ik weer keuzes maken. Mijn haar: los of vast? Vervolgens make-up: oogschaduw en mascara, oogpotlood en mascara, of alles? Eenmaal beneden kom ik al snel het volgende keuze moment tegen: eet ik nú een broodje, of straks in de trein? Tijd om weg te gaan: Welke jas trek ik aan? Ga ik op de fiets of met de bus? Moet ik een dikke of dunne sjaal om?


Na al deze keuzes gemaakt te hebben komt het volgende. Ik heb namelijk besloten om mijn dikke sjaal om te doen, het lijkt koud. Eenmaal buiten blijkt het niet koud te zijn, tijd om mijn sjaal om te wisselen heb ik niet meer, want dan mis ik de bus. Heb ik hier een verkeerde keuze gemaakt? Wat zijn de gevolgen van die keuze?


Bovenstaande voorbeelden geven een kleine indicatie van het aantal keuzes dat je maakt. Het blijkt dat onze hersenen het aantal keuzes dat er gemaakt kan worden, niet aankan, er kunnen maar een beperkte hoeveelheid keuzes gemaakt worden. Hoe meer mogelijkheden er zijn, hoe moeilijker de keuze wordt. Hierbij maak ik gelijk de brug naar het onderwijs. Geef de kinderen wel keuzes, dit moeten zij hun hele leven nog doen, maar zorg ervoor dat het aantal keuzes zich beperkt tot 2 of 3, zodat ze het overzicht bewaren en niet lang hoeven te twijfelen over een keuze. Naar mijn idee gaat dit tijd besparen en geeft dit de kinderen een hoop rust. Wat ook belangrijk is, is dat je de kinderen vertelt dat een keuze niet definitief is. Bijna alle keuzes kunnen worden teruggedraaid. Geheel terecht schrijft Jolet Plomp, coach bij het coachtraject ‘Beslissen doe je zo!’, Uiteindelijk stommelen we allemaal maar wat rond. Soms leidt een keuze tot mooie dingen, en soms valt het enorm tegen. Elke beslissing is een experiment met onbekende uitkomst.


Met deze uitspraak wil ik mijn blog afsluiten, wil je meer informatie over het maken van keuzes, lees dan het volgende artikel: http://www.hartenziel.nl/artikel/beslissen_doe_je_zo


Ik ben benieuwd hoe jullie hier over denken, kun jij iedere beslissing zien als een experiment. Ik vind het namelijk erg moeilijk. Sommige beslissingen lijken van grote invloed te zijn op je leven. En wat zeg jij over het beperken van de keuzemogelijkheden in het onderwijs?

vrijdag 15 februari 2013

‘Je mag niet door de klas roepen’ versus ‘als je een vraag hebt steek je je vinger op’


 

Gebaseerd op het college: burgerschapsvorming in relatie tot de pedagogische opdracht van de opvoeders.


Tijdens dit college hebben wij een wereldcafé gevormd in drie groepen, hierbij kregen wij meerdere vragen opgelegd en moesten wij hier een gesprek over voeren, zonder te discussiëren, alles wat ons van belang leek hebben wij op een groot papier moeten schrijven. De diversiteit van de onderwerpen was bijzonder. Zo kwamen wij ook uit op het onderwerp over het opleggen van regels, daarbij werd de link gelegd naar het delen van waarden en normen.

 
Bij het opleggen van regels kwamen wij erachter dat je vaak regels stelt in de negatieve zin: ‘je mag geen…’. Eigenlijk roepen wij de rol van Boeman over ons heen, ik zie mijzelf al met mijn vinger zwaaien en roepen, ‘dat mag niet!’. Jammer, want dit is niet hoe ik mijzelf voor de klas zou willen zien staan. Liever zou ik regels in de positieve zin opstellen, om een voorbeeld te geven, in plaats van: ‘Je mag niet door de klas roepen’ naar ‘Als je een vraag hebt steek je jouw vinger op’. Daarbij maak je het voor de kinderen ook een stuk duidelijker, je mag niet door de klas roepen, maar wat mag dan wel? Deze elimineer je gelijk door te vertellen wat je wilt dat de kinderen doen, niet wat ze niet mogen doen.


Kinderen luisteren vaak nog wel,  de leerkracht heeft aanzien, naarmate de leerlingen ouder worden draait dit steeds meer om, alles wat ze niet mogen, gaan ze juist doen. Het artikel geschreven door Han Koolhof, gaat over pubers en het belonen voor goed gedrag.

 
In het artikel wordt beschreven dat het brein van pubers nog niet volledig ontwikkeld is en er een grote behoefte is om ergens ‘bij’ te horen. Dit maakt dat zij extra gevoelig zijn voor mogelijke beloningen en weinig aandacht hebben voor de negatieve gevolgen ergens van. ‘Als je energie stopt in negatief gedrag van pubers- in alles wat fout gaat- dan ben je vooral bezig met het probleem groter te maken, stellen Prinsen & Terpstra’. Schenk daarom je aandacht aan degenen die wel meedoen, jongeren blijken erg gevoelig voor positieve feedback.

 
Voor pubers vallen misdragingen onder het vergroten van status . Hoe stoer is het als je uit de klas wordt gestuurd en je het lokaal schoon moet maken. Voer later een herstel gesprekje en vertel concreet wat er anders had gemoeten. Geef ook de puber de tijd te herstellen.


Dat was een heleboel informatie in een kort stukje. Wat ik hier van geleerd heb? Stel regels in de positieve zin, wat is wel goed? De kinderen/pubers weten wat er van hen verwacht wordt en sluiten zich aan bij de ‘goede’ groep. Dat zou betekenen dat ‘als je een vraag hebt steek je je vinger op’ wint. Toch blijft het naar mijn idee lastig om het stellen van positieve regels in één keer duidelijk te hebben. Ik denk dan ook dat het belangrijk is regels samen met de leerlingen op te stellen en je er continu van bewust te zijn: Wat wil ik eigenlijk van deze kinderen? Maar of wij de negatieve manier van regels stellen achter ons kunnen laten is voor mij nog steeds een vraag.


donderdag 7 februari 2013

Welkom & inhoud

Beste lezer,

Allereerst van harte welkom!

Op dit moment volg ik de minor Mediapedagogiek. Alles over kinderen, computers, veilig internetten, het nut van social media en wat ik verwacht als toekomst van social media op scholen. Daarnaast geef ik mijn mening over verschillende onderdelen binnen mediapedagogiek en zal ik verschillende positieve en negatieve kanten van de media belichten.

Ik zal wekelijks een nieuw blog plaatsen en hoop jullie hier mee te inspireren!!

Groetjes, Nadine