Gebaseerd op het college: burgerschapsvorming in relatie tot
de pedagogische opdracht van de opvoeders.
Tijdens dit college hebben wij een wereldcafé gevormd in
drie groepen, hierbij kregen wij meerdere vragen opgelegd en moesten wij hier
een gesprek over voeren, zonder te discussiëren, alles wat ons van belang leek
hebben wij op een groot papier moeten schrijven. De diversiteit van de
onderwerpen was bijzonder. Zo kwamen wij ook uit op het onderwerp over het
opleggen van regels, daarbij werd de link gelegd naar het delen van waarden en
normen.
Bij het opleggen van regels kwamen wij erachter dat je vaak
regels stelt in de negatieve zin: ‘je mag geen…’. Eigenlijk roepen wij de rol
van Boeman over ons heen, ik zie mijzelf al met mijn vinger zwaaien en roepen, ‘dat
mag niet!’. Jammer, want dit is niet hoe ik mijzelf voor de klas zou willen zien
staan. Liever zou ik regels in de positieve zin opstellen, om een voorbeeld te
geven, in plaats van: ‘Je mag niet door de klas roepen’ naar ‘Als je een vraag
hebt steek je jouw vinger op’. Daarbij maak je het voor de kinderen ook een
stuk duidelijker, je mag niet door de klas roepen, maar wat mag dan wel? Deze
elimineer je gelijk door te vertellen wat je wilt dat de kinderen doen, niet
wat ze niet mogen doen.
Kinderen luisteren vaak nog wel, de leerkracht heeft aanzien, naarmate de
leerlingen ouder worden draait dit steeds meer om, alles wat ze niet mogen,
gaan ze juist doen. Het artikel geschreven door Han Koolhof, gaat over pubers
en het belonen voor goed gedrag.
In het artikel wordt beschreven dat het brein van pubers nog
niet volledig ontwikkeld is en er een grote behoefte is om ergens ‘bij’ te
horen. Dit maakt dat zij extra gevoelig zijn voor mogelijke beloningen en
weinig aandacht hebben voor de negatieve gevolgen ergens van. ‘Als je energie
stopt in negatief gedrag van pubers- in alles wat fout gaat- dan ben je vooral
bezig met het probleem groter te maken, stellen Prinsen & Terpstra’. Schenk
daarom je aandacht aan degenen die wel meedoen, jongeren blijken erg gevoelig
voor positieve feedback.
Voor pubers vallen misdragingen onder het vergroten van status
. Hoe stoer is het als je uit de klas wordt gestuurd en je het lokaal schoon
moet maken. Voer later een herstel gesprekje en vertel concreet wat er anders
had gemoeten. Geef ook de puber de tijd te herstellen.
Dat was een heleboel informatie in een kort stukje. Wat ik
hier van geleerd heb? Stel regels in de positieve zin, wat is wel goed? De
kinderen/pubers weten wat er van hen verwacht wordt en sluiten zich aan bij de ‘goede’
groep. Dat zou betekenen dat ‘als je een vraag hebt steek je je vinger op’
wint. Toch blijft het naar mijn idee lastig om het stellen van positieve regels
in één keer duidelijk te hebben. Ik denk dan ook dat het belangrijk is regels
samen met de leerlingen op te stellen en je er continu van bewust te zijn: Wat wil
ik eigenlijk van deze kinderen? Maar of wij de negatieve manier van regels
stellen achter ons kunnen laten is voor mij nog steeds een vraag.