vrijdag 15 februari 2013

‘Je mag niet door de klas roepen’ versus ‘als je een vraag hebt steek je je vinger op’


 

Gebaseerd op het college: burgerschapsvorming in relatie tot de pedagogische opdracht van de opvoeders.


Tijdens dit college hebben wij een wereldcafé gevormd in drie groepen, hierbij kregen wij meerdere vragen opgelegd en moesten wij hier een gesprek over voeren, zonder te discussiëren, alles wat ons van belang leek hebben wij op een groot papier moeten schrijven. De diversiteit van de onderwerpen was bijzonder. Zo kwamen wij ook uit op het onderwerp over het opleggen van regels, daarbij werd de link gelegd naar het delen van waarden en normen.

 
Bij het opleggen van regels kwamen wij erachter dat je vaak regels stelt in de negatieve zin: ‘je mag geen…’. Eigenlijk roepen wij de rol van Boeman over ons heen, ik zie mijzelf al met mijn vinger zwaaien en roepen, ‘dat mag niet!’. Jammer, want dit is niet hoe ik mijzelf voor de klas zou willen zien staan. Liever zou ik regels in de positieve zin opstellen, om een voorbeeld te geven, in plaats van: ‘Je mag niet door de klas roepen’ naar ‘Als je een vraag hebt steek je jouw vinger op’. Daarbij maak je het voor de kinderen ook een stuk duidelijker, je mag niet door de klas roepen, maar wat mag dan wel? Deze elimineer je gelijk door te vertellen wat je wilt dat de kinderen doen, niet wat ze niet mogen doen.


Kinderen luisteren vaak nog wel,  de leerkracht heeft aanzien, naarmate de leerlingen ouder worden draait dit steeds meer om, alles wat ze niet mogen, gaan ze juist doen. Het artikel geschreven door Han Koolhof, gaat over pubers en het belonen voor goed gedrag.

 
In het artikel wordt beschreven dat het brein van pubers nog niet volledig ontwikkeld is en er een grote behoefte is om ergens ‘bij’ te horen. Dit maakt dat zij extra gevoelig zijn voor mogelijke beloningen en weinig aandacht hebben voor de negatieve gevolgen ergens van. ‘Als je energie stopt in negatief gedrag van pubers- in alles wat fout gaat- dan ben je vooral bezig met het probleem groter te maken, stellen Prinsen & Terpstra’. Schenk daarom je aandacht aan degenen die wel meedoen, jongeren blijken erg gevoelig voor positieve feedback.

 
Voor pubers vallen misdragingen onder het vergroten van status . Hoe stoer is het als je uit de klas wordt gestuurd en je het lokaal schoon moet maken. Voer later een herstel gesprekje en vertel concreet wat er anders had gemoeten. Geef ook de puber de tijd te herstellen.


Dat was een heleboel informatie in een kort stukje. Wat ik hier van geleerd heb? Stel regels in de positieve zin, wat is wel goed? De kinderen/pubers weten wat er van hen verwacht wordt en sluiten zich aan bij de ‘goede’ groep. Dat zou betekenen dat ‘als je een vraag hebt steek je je vinger op’ wint. Toch blijft het naar mijn idee lastig om het stellen van positieve regels in één keer duidelijk te hebben. Ik denk dan ook dat het belangrijk is regels samen met de leerlingen op te stellen en je er continu van bewust te zijn: Wat wil ik eigenlijk van deze kinderen? Maar of wij de negatieve manier van regels stellen achter ons kunnen laten is voor mij nog steeds een vraag.


5 opmerkingen:

  1. Leuk dat je een ander onderwerp hebt gekozen. Goed toegankelijk onderwerp gekozen die van toepassing is in ons werkveld.

    In het college en in jou blog wordt inderdaad de spijker op de kop geslagen...we zeggen vaak wat ze niet mogen en niet wat ze dan wel mogen...terwijl dat veel pedagogischer verantwoord is.

    Wat een prettig artikel trouwens! goed bruikbaar..daar kun je zeker wat mee!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Inderdaad een interessant onderwerp. Waarom zouden we dat doen?
    Juist zeggen wat niet mag, in plaats van wat we wel graag willen dat gebeurt. Is het gemak om gewoon te zeggen wat niet goed is. Of is het misschien omdat we vaak zelf niet weten wat wel goed is, we weten heel duidelijk wat slecht is alleen goed is zo breed en moeilijk te definiëren.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Leuk onderwerp!Ook een heel mooi voorbeeld.

    Door te zeggen wat de kinderen wel mogen zijn de verwachtingen die je hebt voor de kinderen inderdaad een stuk duidelijker. En het mooie is ook dat je zelf meer na gaat denken over wat je precies wilt van de kinderen in plaats van wat je allemaal juist niet wilt. Ik vind zelf ook dat je moet proberen zoveel mogelijk aandacht te geven aan het positieve, maar dit kan soms lastig zijn.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Het is moeilijk om bij alles een positieve reactie te geven. Ik denk dat alleen al het feit dat je als leerkracht er bewust van bent dat je de negatieve reacties wilt omzetten in positeive, je op de goede weg bent. Maar sommige leerlingen maken het je soms ook onmogelijk om maar positief te blijven reageren.
    Dan is dat bij kleuters nog goed te corrigeren op een positieve manier, maar bij pubers lijkt mij dat een stuk lastiger. Er zit vaak zo'n groot verschil in gedrag bij pubers in een groep of een puber individueel. Stoer gedrag vertonen ze eigenlijk alleen wanneer er andere pubers bij zijn. Dus in hoeverre werkt een goed gesprek op de langere termijn. En zien zij wat wij, volwassenen, als positief zien ook als positief?

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Ook ik vind het een actueel en leuk onderewerp.

    Je ziet dat heel erg terug in de praktijk.
    Het gegeven wat ik niet mag, ga ik toch doen is heel herkenbaar maar zeker een discussiepunt. Lang niet alle kinderen zijn zo ingesteld. Duidelijke regels en afspraken zijn dus van groot belang.

    BeantwoordenVerwijderen